Verbinding
met jeZelf
Verbinding
met jeZelf
Verbinding met jeZelf en vandaar uit de verbinding met de ander.
Het kind
is niet zijn gedrag
Het kind
is niet zijn gedrag
Onder ieder gedrag zit een behoefte. Wat heeft jouw (innerlijk) kind nodig?
Holistische
benadering en aanpak
Holistische
benadering en aanpak
Aanpak op fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel niveau.

Algemene leerdoelen

Hieronder volgen de

Algemene leerdoelen opleiding Holistisch Gezins en Kindertherapie

waaraan voldaan moet zijn aan het einde van de opleiding.

  1. De student weet wie hij is, wat hij kan en kent zijn grenzen, op een dusdanige wijze dat hij ook goed weet wanneer hij door moet verwijzen.
  2. De student is in werkelijke verbinding met zichZelf en vandaar uit is hij in staat de verbinding met de ander aan te gaan.
  3. De student heeft inzicht/kennis in de essentie, de kwaliteiten, de achtergrond, het gedrag en reactie van kinderen, jongeren en volwassenen van deze tijd.
  4. De student is effectief en therapeutisch communicatief vaardig, zowel in woord als in geschrift.
  5. De student heeft inzicht in/kennis van en is in staat om met cliënt op fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel niveau te werken, alsmede cliënt op deze niveaus te ondersteunen en te begeleiden.
  6. De student is in staat om te onderscheiden, te benoemen en te werken met: “Het kind is niet zijn gedrag! Onder ieder gedrag zit een behoefte”.  Waarbij hij inzicht/kennis heeft, de verbanden kan leggen bij de volgende begrippen: Basisbehoeften, beperkende overtuigingen, emoties en gedrag, maar ook zelfbeeld, eigenwaarde, acceptatie, controle en perfectionisme..
  7. De student is in staat om zowel met Kind & Ouder te werken en daarbij de vertaalslag te maken van het gedrag van het kind naar de ouder c.q. de familie. De student is in staat de ouder te ondersteunen en te begeleiden bij de (op)voeding in de meest ruime zin van het kind.
  8. De student is in staat om intergenerationeel te werken en dus de verbanden te leggen tussen de verschillende traumata die plaats hebben gevonden binnen vier generaties van de familie en het gedrag van nieuwetijdskinderen.
  9. De student is in staat om met cliënt op fysiek niveau te werken door gerichte ademhalingsoefeningen, ontspanningsoefeningen en visualisaties. Hierbij wordt altijd de link gelegd tussen gevoelens/emoties/spanningen en lichaamsbewustzijn.
  10. De student is in staat cliënt te ondersteunen en te begeleiden bij de verwerking van opgeslagen gevoelens/emoties/spanningen (traumata).
  11. De student weet wanneer en welke creatieve uitingsvormen in te zetten en is daarbij in staat om de benodigde informatie daaruit te halen.
  12. De student heeft inzicht in/kennis van het menselijk energieveld, chakra’s en meridianen. Tevens is hij in staat om de link te leggen tussen de verschillende uitingsvormen op fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel niveau wanneer er sprake is van een bepaalde blokkade en is hij in staat om de energetische blokkades te behandelen.
  13. De student heeft inzicht in /kennis van het omgaan met HSP en kan cliënt hierbij begeleiden en ondersteunen op een dusdanige manier dat het een kracht wordt: Vertrouwen op je intuïtie.
  14. De student heeft inzicht in/kennis van de werking van het menselijk brein en het zenuwstelsel
  15. De student heeft inzicht in kennis van en ziet de verbanden tussen de verschillende blokken c.q. lessen, alsmede in de vijf natuurgerichte principes. Hij ziet het belang en is in staat om dit geheel te integreren en de aanpak naar zijn cliënt is dan ook altijd holistisch
  16. De student is in staat in de breedste zin zijn praktijk op te zetten, waarbij hij gebruik weet te maken van de externe ondersteuningsmogelijkheden
  17. De student heeft kennis en weet zijn praktijk via de verschillende marketing- en mediamogelijkheden te promoten en in de markt te zetten
  18. De student heeft inzicht/kennis in onderstaande onderwerpen en is tevens in staat om:
  • Met behulp van de biotensor uit te testen van welke voedingsmiddelen cliënt meer nodig heeft of die hij juist moet laten staan.
  • Met behulp van een biotensor uit te testen óf en zo ja, welke voedingssupplementen cliënt nodig heeft. Tevens is hij in staat om uit te testen of er sprake is van storende/ziekmakende allergieën, voedingsintoleranties, parasieten, schimmels, toxines en straling.
  • Zonodig na het uittesten volgens het testformulier doorverwijzen naar een professional.

terug naar pagina tweejarige opleiding holistisch gezins en kindertherapie